REGELING INZAKE KANTOORVERKLARINGEN

 

 

 

Considerans

 

1.           Dat het wenselijk geacht wordt om in civiele procedures, aanhangig zijnde voor de rechtbank Rotterdam de mogelijkheid te scheppen om getuigen hun verklaringen op andere wijze dan in het gerechtsgebouw ten overstaan van de rechter-commissaris af te laten leggen.

 

2.           Dat de balie het wenselijk acht terzake van dergelijke af te leggen verklaringen een regeling vast te stellen.

 

 

Zo stelt de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Rotterdam de regeling als na te melden vast:

 

 

Reikwijdte

 

1.           Partijen wordt de mogelijkheid geboden getuigenverklaringen te laten afnemen op een door hen aan te wijzen plaats buiten aanwezigheid van de rechter-commissaris. Deze alternatieve wijze van verhoor van getuigen is alleen mogelijk indien tussen alle in de betreffende procedure betrokken partijen daartoe uitdrukkelijk overeenstemming is bereikt. Deze overeenstemming dient te blijken middels de als bijlage 1 aan deze regeling gehechte verklaring. De regeling is zowel van toepassing op getuigenverhoren welke plaatsvinden ingevolge een tussenvonnis als op voorlopige getuigenverhoren.

 

 

Kennisgeving aan Rechter en vaststelling datum verhoor

 

2.           Indien het getuigenverhoor plaatsvindt ingevolge een door de rechtbank gewezen vonnis dient de rechtbank binnen drie weken na de datum van het vonnis in kennis te worden gesteld van het voornemen van partijen om getuigen zelf te horen. Indien het getuigenverhoor plaatsvindt ingevolge een door de rechtbank gegeven beschikking waarbij een voorlopig getuigenverhoor is bepaald,  dient de rechtbank binnen drie weken na de datum van deze beschikking in kennis te worden gesteld van het voornemen van partijen om getuigen zelf te horen.

In beide gevallen dient daartoe de onder artikel 1 genoemde bijlage binnen de genoemde termijn aan de betrokken rechter-commissaris te worden toegezonden.

 

3.           Uiterlijk binnen twee weken na ondertekening van de onder artikel 1 van deze regeling genoemde bijlage stellen partijen in onderling overleg datum, tijdstip en plaats van het getuigenverhoor vast. De datum van het getuigenverhoor ligt niet later dan drie maanden na de datum van het vonnis van de rechtbank. Ingeval van overmacht, klemmende redenen dan wel andere omstandigheden, welke nopen tot vaststelling van het getuigenverhoor op een latere datum dan hiervoor genoemd, stellen partijen de rechter-commissaris daarvan onverwijld in kennis, zulks onder opgave van de nader vastgestelde datum van getuigenverhoor.

 

 

Gang van zaken tijdens getuigenverhoor

 

4.           Het getuigenverhoor vindt plaats op het kantoor van een der partijen advocaat of procureur.

 

5.           Bij het getuigenverhoor zijn aanwezig:

 

a.     der partijen advocaten of procureurs;

b.     een door partijen aan te wijzen medewerker in verband met de te verrichten administratieve werkzaamheden;

c.     partijen zelf, zulks echter op basis van vrijwilligheid.

 

6.           Voorafgaand aan het verhoor van de getuige vraagt de advocaat of procureur die de eerste ondervraging op zich neemt:

 

a.     de naam, voornamen, leeftijd, woonplaats en beroep op te geven;

b.     vraagt deze de getuige of deze in arbeidsrechtelijke of in familiaire relatie tot een der partijen staat;

c.     verzoekt deze de getuige te beloven dat deze de waarheid zal spreken.

7.           De getuige wordt ondervraagd door de advocaat of procureur die deze naar voren heeft gebracht als getuige. Na afloop van diens verhoor hebben de overige betrokken advocaten en/of procureurs de mogelijkheid nadere vragen aan de getuigen te stellen.

 

 

 

8.           De schriftelijke vastlegging van de verklaring van de getuige dient terstond nadat de verklaring is afgelegd te geschieden. De met de ondervraging belaste advocaat of procureur dicteert de verklaring aan de administratief medewerker en wijst de getuige op de mogelijkheid van verbetering en/of aanvulling.

 

9.           Nadat de in het vorige artikel genoemde verklaring is opgenomen zal deze in zijn geheel worden voorgelezen aan de getuige, welke uitdrukkelijk wordt gewezen op de mogelijkheid van verbetering en/of aanvulling van zijn/haar verklaring. Nadat de getuige blijk heeft gegeven van zijn/haar instemming met de opgenomen verklaring wordt deze door hem/haar ondertekend.

 

10.       Uiterlijk binnen veertien dagen na het getuigenverhoor doen partijen de verklaring(en) onder aanbieding van de aan deze regeling als bijlage 2 gehechte verklaring aan de betrokken rechter-commissaris toekomen.

 

 

Geschillen

 

11.       Lid 1

Mocht tussen partijen op enig moment verschil van inzicht ontstaan met betrekking tot de gang van zaken tijdens het verhoor van getuigen dan wel de opneming van enige verklaring op welke wijze en in welke zin dan ook, geldt de getuigenverklaring als zijnde niet afgenomen en dienen partijen zich voor het verhoor van getuigen te wenden tot de rechter-commissaris. Indien eerder tussen partijen een getuigenverhoor is overeengekomen stellen zij de rechter-commissaris hiervan onverwijld in kennis.

 

Lid 2

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet en partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over de gang van zaken, beslist de Rechter-Commissaris na partijen in de gelegenheid te hebben gesteld hun standpunt kenbaar te maken.

 

Lid 3

Voor zover de aard van deze regeling zich daartegen niet verzet, zijn de wettelijke bepalingen omtrent het getuigenverhoor van overeenkomstige toepassing, behoudens voorzover partijen eenstemmig anders beslissen.

 

 

 

 

Slotbepaling

 

12.       Deze regeling is vastgesteld door de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Rotterdam op 15 januari 2004 en wordt genoemd: Regeling inzake Kantoorverklaringen, en kan in de processtukken worden aangehaald en afgekort als: RiK.

 

 

 

Rotterdam, de vijftiende januari tweeduizendvier

 

 

Namens de Raad van Toezicht,

 

 

 

 

 

(deken)                                                                (secretaris)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE 1

 

 

KENNISGEVING AAN DE RECHTER-COMMISSARIS

 

 

De ondergetekenden,

 

naam procureur, kantoorhoudende te plaats

 

en

 

naam procureur, kantoorhoudende te plaats

 

 

In aanmerking nemende:

 

Dat tussen partijnaam eiser enerzijds en partijnaam gedaagde anderzijds een gerechtelijke procedure aanhangig is voor de rechtbank Rotterdam, alwaar de procedure bekend is onder zaak- en rolnummer.

 

Dat de rechtbank in deze procedure op datum vonnis een tussenvonnis heeft gewezen ingevolge welk tussenvonnis aan eiser/gedaagde een bewijsopdracht is verstrekt als in genoemd vonnis omschreven.

 

Of

 

Dat de rechtbank op datum een beschikking heeft gegeven in de zaak tussen partijnaam verzoeker en partijnaam gedaagde, onder zaaknummer ___________, bij gelegenheid van welke beschikking een voorlopig getuigenverhoor is bepaald.

 

Dat partijen om redenen van efficiency wensen dat de getuigen op een der kantoren van hun advocaten/procureurs worden gehoord overeenkomstig de Regeling inzake Kantoorverklaringen (RiK).

 

1.           Stellen de rechter-commissaris hierbij in kennis van hun voornemen om de getuigen, te horen in verband met de in genoemd vonnis verstrekte bewijsopdracht, te horen ten kantore van een der partijen advocaat of procureur.

 

2.           Verklaren dat genoemd getuigenverhoor uiterlijk binnen drie maanden na datum tussenvonnis zal plaatsvinden.

 

3.           Partijen de schriftelijke vastlegging van het getuigenverhoor uiterlijk binnen veertien dagen na bedoeld verhoor aan de rechter-commissaris doen toekomen.

 

4.           Partijen verzoeken de rechtbank de af te leggen verklaringen te zullen beschouwen als getuigenverklaringen in de zin der wet, als waren zij afgelegd ten overstaan van een rechter.

 

 

 

 

 

Aldus uitdrukkelijk overeengekomen en ondertekend te plaats op datum.

 

 

 

………………………………

 

(handtekening alle procureurs)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE 2

 

 

VERKLARING AAN DE RECHTER-COMMISSARIS

 

 

De ondergetekenden,

 

naam procureur, kantoorhoudende te plaats

 

en

 

naam procureur, kantoorhoudende te plaats

 

 

In aanmerking nemende:

 

5.           Dat partijen uitdrukkelijk met elkander zijn overeengekomen dat zij ingevolge het vonnis van de rechtbank Rotterdam d.d. datum onder zaak- en rolnummer gewezen tussen partijnaam eiser enerzijds en partijnaam gedaagde anderzijds /ingevolge de beschikking van de rechtbank Rotterdam, tussen partijnaam verzoeker en partijnaam verweerder op datum gegeven onder zaaknummer _________, bij gelegenheid van welke beschikking een voorlopig getuigenverhoor is bepaald, getuigen zullen horen ten kantore van een der partijen advocaat of procureur overeenkomstig de Regeling inzake Kantoorverklaringen (RiK).

 

6.           Dat genoemde getuigen inmiddels zijn gehoord en hun verklaringen schriftelijk zijn opgenomen alsmede naar waarheid door de getuigen zijn ondertekend.

 

7.           Dat partijen uitdrukkelijk wensen dat deze verklaring wordt beschouwd als een getuigenverklaring in de zin der wet, afgelegd ten overstaan van een rechter-commissaris.

 

 

Brengen genoemde verklaring(en) hierbij het geding.

 

 

 

 

 

 

Aangaande het gewenst verder procesverloop verzoeken partijen de rechter-commissaris:

 

q       De zaak te verwijzen naar de rol voor het bepalen van de dag waarop de rechtbank uitspraak zal doen;

q       De zaak te verwijzen naar de rol voor het nemen van conclusie na enquête zijdens_____________;

q       Dag en uur te bepalen om als getuigen te doen horen:________________, voort te brengen zijdens partij _________________met inachtneming van de navolgende verhinderdata:____________________

q       Anders, namelijk_________________

 

(Aankruisen wat van toepassing is s.v.p.)

 

Aldus uitdrukkelijk overeengekomen en ondertekend te plaats op datum.

 

 

 

 

 

………………………………

 

(handtekening alle procureurs)