RICHTLIJN GELDEN DEKENREKENING IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM

 

De Deken van de Orde van Advocaten in het Arrondissement Rotterdam stelt de navolgende Richtlijn Gelden Dekenrekening vast.

 

1.         Een advocaat kan, in geval zijn einddeclaratie onbetaald blijft, weigeren het dossier over te dragen aan een andere advocaat. Indien niet-betaling het gevolg is van een geschil omtrent het bedrag der declaratie, kan de nieuwe advocaat de behandeling op zich nemen, mits met goedkeuring van de Deken en onder de door deze te stellen voorwaarden.

 

2.         Het bedrag der betwiste declaratie, voor zover betrekking hebbende op stukken waarvan de overdracht aan een andere advocaat wordt verlangd, wordt gestort op de bankrekening met nummer 84.79.59.872 ten name van de Stichting Beheer Gelden Dekenrekening te Rotterdam. De Deken, dan wel namens deze de adjunct-secretaris van de Raad van Toezicht, bericht de ontvangst aan de betrokken advocaat, waarna de overnemende advocaat vrij is de zaak in behandeling te nemen. De advocaat verleent daaraan alle medewerking en draagt terstond het dossier over.

 

3.         De Deken houdt het op de Dekenrekening gestorte bedrag voor degene(n) die uiteindelijk rechthebbende(n) zal (zullen) blijken te zijn.

 

4.         Voor zover een op de Dekenrekening gestort bedrag het bedrag van € 2.500,= te boven gaat, zal over het meerdere rente worden vergoed tegen het percentage dat door de bank wordt vergoed.

 

5.         In geval het om een geschil gaat, dat tot de competentie van de burgerlijke rechter behoort, maakt de advocaat, wiens declaratie in geschil is, binnen een termijn van vier weken na dagtekening van het bericht dat het bedrag op de Dekenrekening is ontvangen zijn vordering bij de rechter aanhangig en maakt hiervan melding aan de Deken door toezending van een kopie van de dagvaarding.

 

6.         In geval de Raad van Toezicht bevoegd is de declaratie te begroten, dient de advocaat, wiens declaratie in geschil is, zijn declaratie ter begroting bij de Raad van Toezicht (per adres het kantoor van de Deken), vergezeld van een specificatie conform de geldende Richtlijn Begroting Declaraties Arrondissement Rotterdam in te dienen en wel binnen een termijn van vier weken na dagtekening van het bericht van ontvangst van het bedrag der declaratie van de Deken.

 

7.         Ter begroting door de Raad van Toezicht kunnen uitsluitend worden ingediend declaraties betreffende civiele zaken, voor zover de cliënt betwist dat het in rekening gebrachte bedrag juist is (HvD nr. 1123, d.d. 9 mei 1989, Advocatenblad 1990, p.12).

 

8.         Het verzoek tot begroting dient, met inachtneming van de Richtlijn Begroting Declaraties Arrondissement Rotterdam, ondermeer als volgt te worden gedocumenteerd:

            a.         een begrotingsverzoek conform model in tweevoud;

            b.         afschrift van de oorspronkelijke declaratie(s);

            c.         kopie van de sommatiebrief aan cliënt.

 

9.         De Raad van Toezicht kan verzoeken tot begroting die niet aan bovenstaande eisen voldoen, en na de betrokken advocaat in de gelegenheid te hebben gesteld het verzoek binnen redelijke termijn aan te vullen, buiten behandeling laten dan wel retour zenden aan de advocaat onder mededeling van de gebreken.

 

10.       Na indiening van een declaratie ter begroting bij de Raad van Toezicht wordt de ontvangst van het verzoek om begroting bevestigd. Daarna krijgt de cliënt de gelegenheid op het verzoek schriftelijk te antwoorden. In beginsel krijgt de advocaat daarna de gelegenheid voor repliek en de cliënt voor dupliek. Partijen dienen zich daarbij te houden aan de door de Raad van Toezicht, gestelde termijnen.

 

11.       Binnen zes weken, nadat de Raad van Toezicht de begrotingsbeslissing aan de advocaat en de betrokken cliënt heeft verzonden, dient de advocaat aan de Deken over te leggen, hetzij de schriftelijke bevestiging van de betrokken cliënt, dat deze met de uitbetaling van het op de Dekenrekening gestorte bedrag conform de begrotingsbeslissing akkoord gaat, hetzij een kopie van het verzoek tot nadere vaststelling van de declaratie aan de voorzitter van het Rechterlijk College als bedoeld in artikel 33 van de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken.

 

12.       Ingeval het bedrag waarop de Raad van Toezicht de declaratie heeft begroot, lager is dan het op de Dekenrekening gestorte bedrag, wordt het resterende bedrag aan de cliënt teruggestort, tenzij de Raad van Toezicht binnen zes weken na de datum van verzending bericht heeft ontvangen dat hij bij de voorzitter van het Rechterlijk College, als bedoeld in artikel 33 van de Wet Tarieven in Burgerlijke Zaken in verzet is gekomen.

 

13.       In geval de advocaat in gebreke mocht blijven met de tijdige voldoening aan het sub 5 tot en met 9 en 11 gestelde kan de Deken het op de Dekenrekening ontvangen bedrag terugstorten aan de betrokken cliënt. Desgevraagd kan de Raad van Toezicht de termijnen verlengen.

 

14.       Al naar gelang de inhoud van de onherroepelijk geworden beslissing van de Raad van Toezicht omtrent de declaratie, zal de Deken het op de Dekenrekening ontvangen bedrag met de daarop gekweekte rente, zoals in sub 4 omschreven, geheel of gedeeltelijk aan de betrokken advocaat respectievelijk de betrokken cliënt uitbetalen.

 

15.       De Deken kan nadere voorwaarden stellen dan wel partijen oproepen wanneer dat voor de afdoening van het geschil wenselijk wordt geacht.

 

Rotterdam, 10 maart 2000

 

Artikel 4 is per 1 januari 2002 aangepast in verband met de invoering van de Euro.